De opduwer

Dit weblog gaat over de avonturen van opduwer Trochwrotter. Het begint in 2011 met de aanschaf en daarna in 2012 een verslag over hoe de opduwer weer in oude staat terug gebracht wordt. Ook in 2013 valt er nog genoeg te klussen en gaan de vaartochten, na de proefvaart, steeds verder van huis. Hoe gaat dit eindigen?

Technische gegevens:

  • Lengte: 6.0 m
  • Breedte: 2.0 m
  • Holte: 0.9 m
  • Diepgang (incl. hak): +/- 0.8 m
  • Kruiphoogte: +/- 1.3 m
  • Bouwjaar: 1932 (?)
  • Waterverplaatsing: +/- 2.5 ton
  • Motor: Kromhout M0, 1 cylinder gloeikop, 15 PK
  • Koeling: gesloten met koelpijpen

Geschiedenis:

De geschiedenis van voor 1965 is onbekend. Begin jaren ’70 voorzien van stuurhut en verhoogde roef. Heeft daarna vele jaren met de naam “Assistent” rondgevaren in midden Nederland. Er zijn verschillende eigenaren geweest maar met zo’n 25 jaar had Toon van de Bedum de boot het langst in bezit. In de jaren ’90  werd hij weer verkocht en veranderde de naam in “De Hendrik”. Eind 2010 kocht ik de opduwer en voer hem in januari 2011 naar Friesland. In de loop van 2012 heeft de opduwer zijn oude gedaante teruggekregen en is hij weer voorzien van een ouderwetse plofmotor.

Contact: jacob@swalker.nl of laat een berichtje achter.

Op avontuur naar Holwerd

Op zich is Holwerd een mooi doel voor een vaartochtje. Molens, historisch centrum en vlakbij de zeedijk. Het dorp heeft zelfs een haventje aangelegd om passanten te trekken. Helaas is de vaart naar het dorp bijna dichtgegroeid en heeft de gemeente het geld er niet voor over om de vaart uit te baggeren. Het eerste stuk vanaf de Dokkumer Ee tot het dorpje Lichtaard en de Dwarsmeer gaat nog wel. Daarna wordt de vaart smaller en zijn het vooral de velden gele plomp waar je tussendoor of doorheen moet die het motorboten lastig maken.

Holwerdervaart

Holwerdervaart

Spoorbruggetje

Oude spoorbrug Dokkumer Lokaaltsje

Aan de andere kant is het prachtig, het weidse landschap, de rietkragen langs de oevers, het heldere water en de bloeiende gele plomp. Het haventje van Holwerd is leeg, op wat afgetakelde bootjes na. Een betere ligplaats is een 100 meter eerder bij de molen. Naar de zeedijk is dan nog een kilometer of twee. Er is wel een groots plan om de zee weer naar Holwerd te brengen, waarmee de vaart ook weer toekomst zou krijgen.

Op de terugweg na het dichtstgegroeide stuk, toch maar overboord gestapt. Er zit geen snelheid meer in en de Kromhout begint het warm te krijgen. De schroef blijkt helemaaal vol waterplanten te zitten. Gelukkig is het mooi weer dus dan is het niet zo’n probleem om aan de verkeerde kant van de gangboord te staan.

Via Aldtsjerk, De Murk en de Grote Wielen naar het haventje bij Ryptsjerk. Hier heeft de opduwer overnacht terwijl ik naar huis gewandeld ben. Ik was er niet gerust op om de boot onbeheerd achter te laten maar voor één nachtje moest kunnen.

Volgende dag door de grachten van Leeuwarden. De Trochwrotter blijkt onder het vaste gedeelte van de bruggen door te kunnen dus dat scheelt in bruggengeld. Geen plaatjes geschoten want ik was wat te druk met sturen en uitlaat los- en vastschroeven. Daarna via de grote kanalen weer op huis aan.

Graven voor het aquaduct bij de Drachtsterbrug

Graven voor het aquaduct bij de Drachtsterbrug

De winter voorbij

Op Oudejaarsdag 2013 ben ik het lawaai en de drukte ontvlucht met de boot. Het weer was prima maar met een stevige bries die voor mooie golfjes zorgde op het Burgumermeer. Gekampeerd ver buiten de bewoonde wereld op een eilandje in de Alde Feanen. Nieuwjaarsdag was helaas bewolkt en daardoor wat fris. De terugreis was via de staande mastroute over Leeuwarden. Heerlijk rustig op het water, ik heb maar enkele andere vaarders gezien die waarschijnlijk hetzelfde idee hadden als mij (maar wel binnen konden zitten).

Winter hebben we dit keer niet gehad wat het weer betreft had ik best wel wat tochtjes kunnen maken maar het is er niet van gekomen. Pas in april wordt de Kromhout weer aangeslagen, zonder problemen trouwens. Direct maar een lange tocht gepland, via Lauwersmeer, bij Zoutkamp de Lauwers op en terug via de Trekvaart. Het drukke seizoen is nog niet begonnen en de sluis van Dokkumer Nieuwe Zijlen heb ik voor mezelf. Ook op het meer is het rustig. Het is weer een heel ander vaargebied met breed water, maar soms ondiep merk ik. Het meldknopje bij de Friese Sluis is door de sterke stroming wat moeilijk te bereiken. Ik had me de moeite kunnen besparen want er wordt gemeld dat de sluis tot nader order gestremd is. Om dat nog eens te onderstrepen gaat het licht daarna van enkel naar dubbel rood. Dan het Lauwersmeer maar wat verkend.

Update december 2013

Dit filmpje heeft iedereen al lang gezien maar hij stond nog niet op de site, dus voor de volledigheid hier nogmaals:

In oktober had ik middagdienst op molen De Hoop in Stiens dus dacht ik daar een mooi dagje varen van te maken. Het is een avontuurlijk tochtje geworden. In Dokkum kom ik de Ithake tegen, een nogal ernstig verbouwd scheepje met een Engelse schipper. Ze ontvluchten de kou en zijn onderweg naar het Canal du Midi. Goed idee. De voorspellingen waren al niet goed en na een bezoekje aan De Zwaluw in Burdaard komt het met bakken uit de lucht. Pas als ik bij de molen in Stiens aankom wordt het droog maar als ik een paar uur later vertrek begint het natuurlijk gelijk weer te regenen. Nou had ik wel zitten rekenen om op tijd in Stiens te zijn maar ik had er geen rekening mee gehouden dat ik ook nog weer naar huis moest. Terugreis over Leeuwarden waar het even opklaart maar met de duisternis vallen er ook flinke buien.
De bril regent dicht en er is ook maar weinig straatverlichting op het water dus de zaklamp moet het doen. Dan heeft ook nog iemand allemaal rode en groene tonnen midden op het Bergumermeer gelegd, nog in een rijtje ook dus kom je er steeds weer eentje tegen! Na bijna in de visnetten beland te zijn is het daarna alleen nog maar opletten bij bruggen, daar staan van die palen onder in het duister.
Avontuur is omgekeerd evenredig aan de mate van planning vooraf. Achteraf had ik beter de boot in Camminghaburen achter kunnen laten en een dag later ophalen, maar dan had ik niks beleefd.

Een paar weken later vergeet ik bij het starten van de motor de inregendop van de uitlaatpijp te halen. Een ‘donk’ op het dek en een plons en de dop is verdwenen en ook de vismagneet van de havenmeester kan hem niet meer boven water krijgen. Ik heb een tijdelijke vervanger gemaakt van een zwartgespoten verfblik terwijl ik bedenk hoe de versie 2.0 eruit gaat zien.

Doppie

Nieuwe inregendop budget model. Ingrediënten: verfblik en spuitbusje zwart

Een ander klusje dat nog op de lijst stond was het vervangen van het laatste stukje tuinslang uit de koelwaterleiding. Dit stukje zat in de aanzuigleiding waar de oude gesoldeerde leiding van 20 mm moest worden aangesloten op de nieuwe 22 mm leiding. Bij warmteservice hebben ze een verloopstukje (al moest het wel even besteld worden). Het daadwerkelijke plaatsen levert maar één hobbel op als ik de 20 mm snijring in de ‘poel des verderfs’ (bilgewater onder de motor) laat vallen! Van de 22 mm heb ik nog wel een paar reserve maar van de 20 mm niet dus dat wordt vissen. Ook heb ik wel zo’n magneet op een stokje om onderdelen op onbereikbare plekken te kunnen grijpen, maar helaas is de snijring van messing dus niet magnetisch. Na een paar minuten vissen met een platte schroevendraaier denk ik beet te hebben maar als het boven ‘water’ komt blijkt het een sluitringetje. verrassend genoeg vis ik er daarna ook nog een slangklem uit voor ik uiteindelijk toch nog de snijring terug vind.

Ringetjes in zwarte olie

Resultaat van 20 minuten vissen. Verloopstukje vergeten te fotograferen.

Door de korte dagen en het slechte weer heb ik maar een paar kleine rondjes gemaakt in het najaar. Helaas zijn de batterijen van de camera leeg als ik bij Kollum een prachtige zonsondergang zie. Verderop moet ik toch eerst het smeerautomaat bijvullen. Het is windstil en het water spiegelglad. Verder varend en achterom kijkend zie ik de uitlaatgassen in een lange sliert boven het water hangen, uitkomend bij een grote blauwe wolk waar ik even stilgelegen heb.

In de ontstuimige dagen voor de kerst zit nog een dagje met wat zonlicht. Het waterschap heeft alle sluisdeuren opengezet dus het waterpeil is laag en daarbij zorgen baggerwerkzaamheden ook nog voor de nodige hindernissen. In de Alde Lune is de diepgang normaal ongeveer een meter, maar met een baggerpijp aan bakboord en 20 cm lager peil wordt het krap. Als de Kromhout zwaar begint te tuffen, het sturen zwaar gaat en het water achter me grijs wordt dan weet ik wel hoe laat het is. Wie precies in mijn spoor vaart heeft nu dus wat extra diepte.
Voorbij Ee is een kanaaltje naar de Beintemapoldermolen. Vroeg me af hoe ver ik zou komen. Nou niet ver, ik kom het kanaal niet eens in. Er blijkt maar een halve meter water te staan. In de achteruit en door wat te schommelen komt het schip weer in dieper water terecht.
In het Verbindingskanaal tussen de Dokkumer Diep en Trekvaart ligt een kunststof pijp, half op de wal getrokken. Even een moment niet opletten en ik zit er bovenop. De boot ligt met de kont omhoog net met roer en schroef tussen pijp en wal in dus ik kan geen kant op. Bij het proberen los te komen raak ik ook nog de pijp met de schroef. Gelukkig springt de keerkoppeling in de vrij dus hopelijk valt de schade mee. Vanalles geprobeerd maar uiteindelijk weet ik met wat zigzaggen naar iets dieper water te komen, daarna met een aanloopje van een meter en de motor op vol gas en dwars over de pijp gevaren. Het zal wel wat verf gekost hebben maar ik ben weer vrij.

Het naambordje wordt nu voorzien van een verse laklaag. Deze was voorzien van een paar lagen Hema vernis uit een gevonden potje van onbekende jaargang. Blijkbaar was dat een slecht vernisjaar want het blijkt niet bestand tegen een paar maand in weer en wind dus nu toch maar geïnvesteerd in echte bootlak.

Captain’s log, supplemental

Ten eerste hebben de gewaardeerde lezers van deze website dit filmpje nog te goed (al zullen velen het al wel gezien hebben want hij staat al anderhalve maand op joeptjoep).

Na de doorvaart door het centrum van Dokkum besluit ik terug te gaan door de noordelijke stadsgrachten, immers volgens de waterkaart kan ik onder alle bruggen door. Aan filmen kom ik hier niet toe want de diepgang blijkt nogal tegen te vallen dus ik heb het veel te druk met sturen en opletten. Vlak voor de Hanspoortbrug begint het al, het voelt als een snelheidsdrempel maar zou ook wel eens een pijpleiding geweest kunnen zijn. Daarna trek ik een spoor van blauwe drek achter me aan, hier komen normaliter alleen roeibootjes met overboordmotor. Ik moet even achteruit slaan om een plastic zak uit de schroef te krijgen. Een verdere tip is om de bochten rond de bolwerken niet af te snijden want al snel zit het roer vast en staat dus op de bodem. Het achterschip komt wat omhoog maar de Kromhout ploegt zich erdoor, al kijken wat kanovaarders wel wat verbaast naar alle geweld en het zwarte water en blauwe rookwolken die het oplevert. De bevaarbaarheid van de Oostergracht lijkt nog het beste, bijna normaal bevaarbaar zolang je uit de waterplanten blijft.
Nou zijn er wel plannen om de gracht uit te baggeren in het kader van het bevaarbaar maken van de Zuider Ee (leuk, weer een extra rondje), maar tot die tijd blijf ik er denk ik maar weg.
Op de terugweg langs de mooie vervallen steenfabriek van Oostrum.

Oude steenfabriek Oostrum vanaf het water

Oude steenfabriek Oostrum vanaf het water

Voor een vaartocht half augustus moet ik eerst tanken bij Friesland Auto’s en Boten en Diesel en als ik dus toch in de Trekvaart onderweg ben ben ik maar doorgevaren naar Gerkesklooster, Prinses Margrietkanaal naar het Bergumermeer en van daar nog een rondje over de Leijen. Op deze plas een rondje varen door het slingerende vaargeultje, het is net een spelletje waarbij je links en rechts door poortjes van tonnen moet sturen. Op de kaart wordt gewaarschuwd voor boomstronken en stenen en je ziet ook her en der wilgen en stenen dammetjes net boven het water uitsteken maar verder een mooie plas om over te varen.

De Trochwrotter heeft ook het Waldpyktreffen bezocht (gespot), dat op de nieuwe locatie aan de Trekvaart mooi per boot bereikbaar is. Bij vertrek uiteraard ‘een beetje’ extra gas gegeven, als een soort alternatieve burn-out.

Op de laatste zondag van Augustus een rondje Earnewâld gedaan. Op het Burgumermeer en de Lits valt het wel mee maar tussen Drachten en De Veenhoop is het irritant druk met motor- en zeilboten en erg onrustig water. Bij De Veenhoop is er zelfs een windsurfer die besluit midden in de drukke vaargeul om te vallen. Mijn doel is spinnekop De Roekmolen die al een paar jaar geleden gerestaureerd is maar nog geen nieuwe foto op wikipedia had (nu wel dus).

De Roekmolen aan de Sytebuurster Ee

De Roekmolen aan de Sijtebuurster Ee

De Âlde Feanen is buiten het seizoen een mooi vaargebied maar nu is het er duidelijk veel te druk. Het is filevaren door de Geeuw en verderop bijna stilliggen bij een opstopping achter een hele trage rondvaartboot. Het PM-kanaal vaart dan lekker door en dat mag ook wel want het wordt wel wat laat. Op het Bergumermeer komt me sleepboot Anna Frater met een opduwer op sleeptouw tegemoet (afkomstig van de Bronsdagen in Appingedam?) en in Zwaagwesteinde ligt opduwer Yerke voor de wal.

anna_frater

Opduwer Yerke in de Zwemmer

Opduwer Yerke in de Zwemmer

Onder zeil

Een van die dingetjes die nog moest was een dekzeiltje maken over de kuip. Het werd nogal dringend nadat het nood-bouwmarkt-zeiltje er tijdens een ‘ruizig’ (ontstuimig) weekend met veel plensbuien afwaaide en zich meerdere centimeters regenwater bij het al eerder uit de motor gelekte koelwater onderin de boot voegde (en bovendien de gereedschapkist volregende).
Een webshop had nog een mooi, eigenlijk net te klein, restant doek liggen voor weinig. Meteen ook een setje draaiknoppen meebesteld. Na wat prutsen met een stuk landbouwplastic leek het me het beste om alles simpel te houden, dus gewoon een rechthoekige vorm.

Kuip bedekt met landbouwplastic

Proefpassen met een stukje landbouwplastic. De hoekjes zijn lastig.

‘Mem-fan-Jacob Textielverwerkende Industrie’ was bereid het doek van een zoom te voorzien. Aan de voorrand zijn de draaiknoppen gekomen als vast punt. Hiervoor moesten ovale gaten in het doek geslagen worden waarvoor een mooi maar voor een enkele gelegenheid veel te duur stuk gereedschap te koop is. De omtrek van het ovaal bleek uit berekening ongeveer gelijk aan die van een 14 mm (ronde) buis, dus een 15 mm stukje CV-buis ovaal geslagen en een scherpe rand aan geslepen. Het heeft het nauwelijks 6 gaten volgehouden maar meer hoefde ook niet. In de andere 3 zijden heb ik gewone ronde zeilogen uit de bouwmarkt gezet waarvoor ik wel een (goedkope) holpijp aangeschaft heb. Wel typisch trouwens dat deze “messing vernikkelde” zeilogen na een paar weken oranje-bruin zijn gaan roesten. Ze waren niet duur maar ik begrijp nu ook wel waarom. Binnenkort maar vervangen dus. Elastisch koord door deze zeilogen haakt achter wat kikkers die ik onderaan de kuiprand geschroefd heb. Zo hoefde ik niet moeilijk te doen met de exacte plaats van druk- of draaiknopen te bepalen en kan het doek eventueel wat uitrekken of krimpen. Een extra latje in de lengterichting zorgt ervoor dat er geen plas in het midden kan ontstaan omdat het afschot niet zo groot is.

Zeildoek over kuip

De laagstaande zon licht alle kronkels en vouwen er ‘mooi’ uit.

Pompen en dweilen

De koelwaterpomp lekte zoals gezegd nog altijd dus deze moest toch maar eens van binnen bekeken worden. Nadat ik de pomp los gesleuteld had bleek dat ik beter eerst het water uit de motor af had kunnen tappen. De plunjerafdichting van de pomp is vrij simpel, net als bij de gland van de schroefas zit er een vetkoord in die met een pakkingdrukker aangedrukt wordt. Met een stauferpotje kan er vet tussen geperst worden. Het koord was inderdaad verhard en vergaan dus deze moest vervangen worden. Natuurlijk is de maat anders dan die van de schroefaskoker, 10×10 mm geloof ik maar gelukkig is het op het wereldwijde web wel verkrijgbaar voor weinig, zo weinig zelfs dat ik meteen maar een bus vet mee besteld heb omdat het anders niet uit kan kwa verzendkosten. Nieuwe koord erin, water aanvullen en klaar. Op de plunjerstang zit wel wat ruimte, waarschijnlijk moet ik de vulplaatjes vervangen door dunnere.

pomphuis van onderaf

Kijkje in het pomphuis en vetkoord


Pomp onderdelen

Plunjer, oliebakje en pakking drukker


Bij de proefvaart ging het niet helemaal goed helaas. Ik kan de bolle kop van de motor mooi onzedelijk betasten door het luikje van de koekoek. Normaal is de kop lauwwarm maar nu werd hij al snel te heet om aan te raken. Op zo’n moment zou een stromingsverklikker in de koelwaterleiding erg handig zijn. Gelukkig was het probleem snel gevonden, het snuifkraantje op de pomp stond wat open. Deze is er speciaal voor om de pomp lucht aan te laten zuigen en zo de koeling te verminderen. Waarschijnlijk per ongeluk open gedraaid tijdens alle geknutsel.
En is het lekken nu voorbij? Nou nee, maar het is wel minder (ik bedoel beter) geworden.

Captains log

Ik weet dat in elk geval één opduwer een logboek bijhoudt (bijhield?) van alle vaartochten maar daar ben ik te lui voor.
Hieronder een filmpje samengesteld uit twee vaartochtjes. Bij de eerste heb ik een GPS mee om eens te kijken wat de snelheid is. Maximaal is ruim 10 km/uur en dat is volgens mij ook de rompsnelheid. Op de terugweg de Kollumerzwaagstervaart verkend. Toen de boot nog De Hendrik heette had ik het al eens geprobeerd maar nu kan de opduwer onder alle bruggen door en kom ik tot het kleine haventje aan het eind. Het is wel duidelijk dat deze niet bedoeld is voor boten als de Trochwrotter want bij het keren raak ik meteen de grond.

Het bewijs: het haventje van Kollumerzwaag

Het bewijs: het haventje van Kollumerzwaag


De tweede tocht is een wat grotere ronde. Het plan was eerst om naar Finkum maar dat was me toch te ver en onhandig vanwege de dure en te lage bruggen in Dokkum. De Trekvaart afgetuft richting Kollum. Er ligt opvallend veel rommel in het kanaal waaronder de nodige paaltjes en blokken hout. Zou er een haastig huurjacht langsgeweest zijn? In Kollum geprobeerd of ik door het centrum kan maar de bekende lage betonnen brug is echt te laag. Eerst ben ik trouwens een afslag te vroeg dus ook de rust in een villawijkje verstoord. Verder door de Trekvaart naar het zuiden en bij Gerkesklooster een eind de Lauwers opgevaren tot aan de windmotor. Mooi plekje voor een pauze.
De Herculus Metallicus en de Trochwrotter stammen uit dezelfde tijd

De Herculus Metallicus en de Trochwrotter stammen uit hetzelfde tijdperk


Daarna via het grote Prinses Margrietkanaal en het Bergumermeer terug naar huis. Vaartijd ruim 6 uur.

Koper

De waterpomp lekt langs de plunjer dus weerstand in het koelcircuit misschien te groot door knikkende slangen? Misschien is tuinslang in het koelcircuit ook niet de meest ideale oplossing, vooral als ze in de bilge in de olie liggen. Gelukkig is dat verleden tijd nu (de slangen, niet de olie) want ik heb geinvesteerd in koper pijp en bijpassende koppelingen.
Eerst moesten er twee gaten door het tussenschot geboord worden waarvoor ik de kernboormachine weer even geleend heb. Ik had nog wel een probleempje met een verlengsnoer waar ik aan het verkeerde eind de stekker door een campingstekker vervangen had (voor gebruik in de jachthaven) waardoor ik dus aan elk eind een mannetje had. Beetje gevaarlijk. Gaatjes 26 mm geboord voor pijp 22 mm. Met een ingewikkelde bocht sluiten de buizen onder de motorfundatie in de kuip aan op het nog aanwezige kunststof verloopstukjes. Waar de koperbuis door het tussenschot gaat heb ik een opengezaagd stukje koperbuis als dubbeling om de buis geklemd. Hopelijk slaat het staal dan niet (zo snel) gaten door de buis.

Gebogen koperpijp

De afdeling bochtjes had het er weer druk mee


De binnenkant was wat simpeler met vooral haakse bochten. Ik heb kortsluitpijpje gemaakt met een kogelkraan waarmee koelwater uit de motor rechtstreeks terug kan stromen naar het buffertankje, in plaats van door de koelbuis onder de boot door. Zo komt of blijft de motor bij koud weer beter op temperatuur (al is het vermoedelijk niet zo’n probleem).
Koelwaterpijpen binnenkant

Het wordt zo al een leuke pijpenwirwar. (N.B. Het lijkt alsof de aanzuigleiding op de snuifkraan van de pomp aangesloten zit maar dat komt door de wat onhandig genomen foto.)


Alleen in de aanzuigleiding naar de pomp zit nog een stukje slang als verloopstukje. Het blijkt dat de koperbuis op de pomp een diameter van ~20.5 mm heeft en dat verschil blijkt een knelkoppeling van 22 mm niet te kunnen overbruggen. Knelkoppelingen zijn handig omdat ze weer eenvoudig gedemonteerd kunnen worden. Ik hoop wel dat ze zichzelf niet demonteren bij het gestamp van de motor, voorlopig lijkt het goed te gaan in elk geval. Het buffertankje is nog steeds een oude kunststof jerrycan. Technisch lijkt me er ook niet zoveel mis mee want het ding is hufterproof en een beetje doorschijnend dus het peil is altijd snel te controleren. Het past alleen niet zo goed bij de oude motor en opduwer.
Naast dit geknutsel heb ik de remband bijgesteld. De bouten aan de onderkant kun je echt maar net bij en dan alleen met de vingertopjes op de tast dus handig is anders. Achteruitslaan is nog niet fantastisch maar gaat wel beter. Ook nog een lekkende olieleiding gerepareerd.
Pomp lekt nog steeds evenveel dus daar zal wel een nieuwe pakking in moeten.

In de vaart

Begin januari maak ik nog wat extra ballastgewichten aan de bakboordkant onder de kuipvloer. Dat is het laatste ijzerwerk klusje en daarmee geeft de haakse slijper het ook op. Er komt een vonkenregen uit op een plaats waar dat niet hoort en de TL-buizen gaan knipperen. Aan de binnenkant kom ik gesmolten koper en tin tegen, einde verhaal dus.

Een kijkje in de slijptol, niet meer te redden.

Een kijkje in de slijptol, niet meer te redden.


De boot is dan dus eigenlijk klaar om te water gelaten te worden maar helaas is mijn permanente vakantie dan weer voorbij en worden de meeste zaterdagen gevuld met molenbezigheden of het weer is niet zo geschikt (met regen, sneeuw en ijs). Daardoor is het alweer half mei voor de opduwer uit het hok verschijnt. Eerst nog een kleine controle waarbij plotseling het brandstoffilter gaat lekken. Het lijkt alsof de O-ring te dun is dus een hele zoektocht om een dikkere ring voor ik bedenk dat ik net zo goed de ring uit de andere motor kan ‘lenen’. Ook de brandstofleiding moet grondig ontlucht worden voor de brandstofpomp wil pompen en het vertrouwde “pfft” klinkt uit de verstuiver.
Zonder veel drama gaat de boot dan weer te water en de motor start meteen bij de eerste poging. Tijd voor een nieuwe proefvaart:

Je trekt wel aandacht met zo’n plofmotor, heel wat duimen omhoog (en een enkele norse blik van een ‘sport’visser). Met twee proefvaarten zijn nog wel wat technische probleempjes aan het licht gekomen maar over het algemeen vaart het prima. De nieuwe schroef met extra veel spoedjes bevalt goed, de motor moet duidelijk veel meer werken en de topsnelheid ligt ook veel hoger, waarschijnlijk in de buurt van de rompsnelheid. Sturen is ongeveer gelijk aan wat het altijd geweest is nadat ik in 2011 de beide kimkielen eraf gesloopt heb. Rechtdoor gaat prima en ik kan rustig het roer een tijdje loslaten maar scherpe bochten draaien blijft moeilijk. Waarschijnlijk moet het balansdeel van het roer groter zodat een groter deel van de schroef afgedekt wordt door het roer. Andere technische probleempjes zijn de slippende koppeling vooruit doordat het borgboutje van de stelring losraakt en de slippende remband bij het achteruitslaan. Ik heb de remband (met wat moeite, je kunt er slecht bij) al strakker gezet maar het probleem komt ook doordat er olie tussen lekt. Bij achteruitslaan duurt het even voordat de remband begint aan te grijpen dus een noodstop is er niet bij. Het ontluchten van de dieselleiding blijkt tot de standaardprocedure te horen, waarschijnlijk lekt er een klepje in de brandstofpomp. Ook de koelwaterpomp lekt langs de plunjer. Dit is tijdelijk te verhelpen door het vetpotje aan te draaien maar die oplossing houdt het maar een half uurtje. De afstelling van de smeeroliepomp moet ook nog gedaan worden. De lagers worden in elk geval niet warm maar wat er in de motor gebeurt is natuurlijk niet te zien. Als laatste genoemd maar wel met hoge prioriteit is het regelen (of maken) van een dekzeiltje over de kuip. Voorlopig gebruik ik een DHZ zeiltje met een spanband maar ik heb geen vertrouwen in de stormbestendigheid van deze oplossing die bovendien met een beetje wind niet te hanteren is. Al met al is de te-doen-lijst alweer flink aangevuld.

De boot met naam

Nu het project in het stadium gekomen is dat er weer aan varen gedacht kan worden moet er ook een nieuwe naam bedacht worden. De eerste naam is onbekend maar de boot heeft jarenlang de naam Assistent gehad. Dat is een passende maar niet heel originele naam want er varen meerdere Assistenten rond onder de opduwers en sleepboten. Via Wâldpyk (“woudkip”, een scheldnaam voor de bewoners van deze regio) en Wâldwrotter is het Trochwrotter geworden. De betekenis is “doorwerker” of “doorzetter” (letterlijk: “doorwroeter”) wat al jaren het goede voornemen is van de schipper. Het levert (leverde inmiddels) maar één google hit dus geen kans op verwarring.

Met de bandschuurmachine heb ik de oude naam De Hendrik van het bordje geschuurd. De nieuwe naam heb ik eerst uitgeprint met de computer, daarna de letters uitgesneden en van het papier op het plankje overgenomen met een verfspuitbus van willekeurige kleur (roze in dit geval). Letters frezen met de bovenfrees heb ik nog nooit gedaan dus daarom eerst maar wat geoefend op wat restantjes hout. Het moet natuurlijk wel in één keer twee maal goed, op beide kanten van het bordje. Met de hand rechtuit frezen gaat best goed. De moeilijkheid zit hem in het maken van vloeiende bogen, wat dat betreft had ik beter een naam met wat minder o’s kunnnen kiezen. Het is dan ook niet helemaal perfect gegaan maar vanaf een afstandje zie je de kleine slinger in die ene “o” en die wat typische “e” niet en zo strak is de rest van de boot ook niet.

Het naambordje samen met wat proefstukjes

Het naambordje samen met wat proefstukjes

De letters heb ik dichtgeschilderd met grijze grondverf en daarna alle verf rondom de letters weer weggeschuurd, met de hand dit keer want het was wel een mooi klusje om warm te blijven op een tochtige poldermolen in de winter. Dan nog een paar laagjes lak en het resultaat ziet er bijna professioneel uit.